|
|
|
 |
 |
 |
 |
KRANTEN ARTIKELEN |
 |
Antonov in de dagbladen.
|
|
Scan Telegraaf artikel
|
|
|
|
Telegraaf artikel van Februari 2005.
Antonov: eerste commerciële succes nog dit jaar binnen bereik. Het is relatief rustig rond uitvindersbedrijf Antonov, genoteerd aan de Euro.NM en de Britse AIM. Toch valt er genoeg nieuws te melden rond de uitvinder van onder andere slimme versnellingsbakken. Zo kwam het bedrijf onlangs met de voorlopige jaarcijfers. Daarnaast heeft Antonov eindelijk een geschikte opvolger weten te vinden voor de opgestapte Martin Schinzig. De nieuwe topman John Moore, afkomstig van Lotus, brengt een schat aan ervaring en contacten mee die Antonov het laatste zetje moeten geven op weg naar commercieel succes. Alle reden voor een gesprek met de nieuwe ceo en met finance director David Bovell, wederom op Schiphol.
Antonov is een nog relatief jonge onderneming. Het bedrijf werd in 1994 opgericht door Roumen Antonov, een Bulgaarse emigrant met een technische achtergrond. Primair stond en staat de ontwikkeling van ’slimme’ automatische versnellingsbakken, waarover later meer. De beursnotering op Euronext werd verkregen in 1997. Van meet af aan kon het aandeel zich in een grote belangstelling verheugen van een grote groep beleggers die zich aangesproken voelden tot het concept. Waar velen zich echter op hebben verkeken is de lange ontwikkelingstijd die nodig is om tot een productierijpe versie te komen. Dit is toentertijd ook onvoldoende duidelijk gecommuniceerd door Antonov naar de markt, maar in een eerder gesprek dat wij hadden met Bovell gaf deze al te kennen dat een ontwikkeltijd van twaalf tot vijftien jaar niet ongewoon is. Het pr-beleid van Antonov is de laatste jaren gelukkig sterk verbeterd door het in de arm nemen van een professioneel bureau, Citigate First Financial.
De voorlopige jaarcijfers werden door beleggers negatief ontvangen. Dat zal alles te maken hebben gehad met het stevig opgelopen verlies dat Antonov volgens de voorlopige jaarcijfers moest rapporteren. Bedroeg het verlies over 2003 nog omgerekend €3,2 miljoen, het afgelopen jaar werd €4,7 miljoen verloren. Het verlies per aandeel komt daarmee uit op €0,045. Dat is even slikken. Echter, het oplopende verlies heeft alles te maken met de naderende cruciale eindfase waarin Antonov verkeert en de ontwikkeling van liefst drie verschillende automatische versnellingsbakken tegelijk, nog los van de non-automotive toepassingen. De kosten gaan hierbij duidelijk voor de baat uit, het is jammer dat Antonov er daarbij tot nu toe niet in is geslaagd omzet te genereren. John Moore was tijdens het interview dat wij hadden op Schiphol overigens erg stellig: "Antonov zal nog dit jaar zijn eerste commerciële succes boeken". Dat is duidelijke taal van de nieuwe topman. More heeft zijn sporen in de autowereld als ingenieur verdiend. Zo bekleedde hij een functie als commercieel directeur bij Lotus Engeneering, de ontwerpdivisie van de gelijknamige bouwer van sportwagens. Daarnaast heeft hij meerdere jaren als zelfstandig consultant achter de rug.
Antonov wist eerder in maart dit jaar wederom een converteerbare obligatielening te plaatsen bij een negental professionele investeerders. Daarmee werd €3 miljoen opgehaald. De balans in combinatie met de verhoogde cashburn maakt duidelijk dat Antonov dit jaar minimaal nog eenmaal een beroep op de kapitaalmarkt zal moeten doen, al kan het bedrijf met de opgehaalde €3 miljoen voorlopig nog wel even vooruit. Navraag bij Bovell omtrent de identiteit van deze professionele investeerders maakt weliswaar iets meer duidelijk, maar namen vallen er niet. Bovell stelt dat deze groep ’klinkende namen uit de Londense City bevat’. Deze willen echter niet dat de namen worden vrijgegeven. Dat is jammer, maar beleggers kunnen hier desondanks wel moed uit putten. Al de scepsis rond Antonov ten spijt, het bedrijf slaagt er telkenmale wel in de financiering veilig te stellen. Bovell laat tevens weten dat het bedrijf bewust heeft gekozen voor een financieringsmodel naar behoefte. Dat wil zeggen dat Antonov heeft gekozen voor financiering op jaarbasis, daar waar veel andere bedrijven (denk hierbij onder andere aan de biotech-sector) ervoor hebben gekozen een grote zak met geld op te halen om het meerdere jaren uit te kunnen zingen. Nadeel van het door Antonov gekozen model is dat het bedrijf hierdoor, in afwachting van de eerste commerciële successen, vooral in het nieuws is met persberichten omtrent de financiering.
David Bovell kan zich weer richten op fund-raising met het aantreden van de nieuwe CEO.
Reverse split
Antonov is de status van ’pennystock’ ontsnapt door middel van een zogeheten ’reverse split’. Deze omgekeerde splitsing van vier op een heeft overigens alleen plaatsgevonden op Euronext. Hierdoor noteert Antonov tegen een wat volwassener aandoende koers van €1,40. Hoewel het niet valt hard te maken, lijkt deze optisch hogere koers toch een wat negatieve impact op de aandacht van beleggers te hebben. Dit in weerwil van de opname van Antonov in de Amsterdam Small Cap Index, een poging van Euronext de kleinere fondsen meer onder de aandacht van beleggers te brengen. Voorheen werd er actiever gehandeld in het aandeel, mede omdat een eurocent procentueel 2,5% tot 3% koersverschil inhield. Dat behoort nu tot het verleden, net als de vaak hevige discussies tussen voor- en tegenstanders van het uitvindersbedrijf. Bovell stelt daarover dat ’slechts een handjevol beleggers die niet in het Antonov-concept geloven onevenredig veel herrie maakten’. De kritiek op het bedrijf betreft onder andere het feit dat Antonov er tot op heden niet in is geslaagd enige omzet van betekenis te realiseren. Die constatering is op zich juist, er zijn de afgelopen jaren vooral licentie-overeenkomsten gesloten voor als een Antonov-techniek in productie wordt genomen. Zoals reeds gesteld is John Moore er heilig van overtuigd dat er dit jaar reeds wel een eerste commercieel succes zal worden geboekt. Diverse toepassingen zijn inmiddels redelijk uitontwikkeld (waarover later meer) en Moore zal zijn expertise en contacten aanwenden licensie-inkomsten op gang te brengen. Hierbij zij bedacht dat het dan ook hard de andere kant op kan gaan. Alle ontwikkelingskosten zijn de afgelopen jaren reeds genomen en zodra de eerste toepassingen van het concept de weg richting, uiteindelijk, de consument hebben gevonden kan er aardig wat geld naar de onderneming stromen. De overhead van het uitvindersbedrijf is laag zodat mogelijke bruto-inkomsten nagenoeg gelijk zullen staan aan netto-inkomsten. Om misverstanden te voorkomen: Antonov produceert zelf niets. Daarvoor is zij meerdere partnerships aangegaan, onder andere met het eerder vermelde Rotrex. Antonov vindt uit, ontwerpt en past aan op instigatie van haar klanten. Het grote geld moet komen uit licentiebetalingen, al is nog onduidelijk aan welke bedragen moet worden gedacht. Bovell acht een licentiefee van ’ergens tussen de €4 en €12’ per item echter wel haalbaar.
Actuele stand van zaken
Het zit Antonov ook niet mee, tijdens het schrijven van dit artikel werd bekend dat Britse automobielfabrikant Rover dreigt om te vallen. Antonov had een overeenkomst gesloten met Powertrain, de grootste fabrikant van het VK op transmissiegebied. Antonov zou voor Powertrain een automatische transmissie ontwerpen welke in de Rover 75 zou komen. Rover bevindt zich echter in zeer zwaar weer: de overname door het Chinese Shanghai Automotive Industry Corp (SAIC) is op losse schroeven komen te staan. Rover is het water nu echt tot de lippen gestegen, al lijkt de Britse overheid wel bij te springen met een noodkrediet. Antonov zag zich gedwongen een persbericht uit te geven waarin het bedrijf stelt dat ’het afketsen van de overname van Rover door SAIC geen ingrijpende impact op de bedrijfsvooruitzichten van Antonov zal hebben’. Het hele wel en wee van Antonov hangt niet samen met de ontwikkelingen bij Rover, al is dit zonder meer een tegenslag. Er blijken diverse scenario’s denkbaar. SAIC heeft grote plannen de komende jaren en zal wellicht delen van Powertrain willen overnemen. Daarnaast staat het Antonov uiteraard vrij zelf rechtstreeks zaken te doen met de Chinezen en andere geïnteresseerden. Moore toont zich een realist door te stellen dat ’de ontwikkelingen bij Rover een tegenslag vormen, maar dat Antonov’s zakenpartners in deze Powertrain en SAIC zijn en ’anderen’ en dat commercieel succes niet alleen van Rover afhangt’. Met het persbericht wist Antonov de gemoederen enigszins tot bedaren te brengen. Voor dit persbericht noteerde het aandeel circa 10% lager op €1,30 om uiteindelijk 2,8% lager te sluiten op €1,40.
Kleiner, lichter, zuiniger: de Antonov-technieken beloven aardig wat.
AAD, DCA en AMM
Antonov heeft een aantal potjes op het vuur staan welke zich in diverse stadia van ontwikkeling bevinden. Allereerst is daar de AAD-automaat. Hiervoor heeft het bedrijf inmiddels een overeenkomst gesloten met Powertrain om een zesversnellingsbakvariant te ontwikkelen. De bedoeling is dat een productierijp prototype in het tweede kwartaal van 2005 zal worden opgeleverd. Serieproductie stond in principe gepland voor 2007, de bedoeling was echter deze in de Rover 75 te plaatsen. Dat is in principe nog altijd het geval, zij het dat de toekomst van de Britse autofabrikant Rover aan een zijden draadje is komen te hangen.
De AMM (Antonov’s Mechanical Module) moet in samenwerking met Rotrex commerciële automatische twee- en drieversnellingsbakken opleveren. De toepassingen voor de AMM zullen zowel voor de automotive als de non-automotive industrie zijn weg naar de klant moeten vinden. De eerste commerciële applicatie zal een geïntegreerde Antonov-module zijn in combinatie met een turbo van Rotrex. Het is een wat technisch verhaal, maar in lekentermen komt de AMM neer op een op zichzelf staand apparaat dat de efficiency van de turbo aanmerkelijk verhoogd. De planning is dat deze al in het eerste halfjaar van 2005 gereed is. Van deze gepatenteerde techniek zal ook het eerste commerciële succes, waar Moore zo stellig in gelooft, dt jaar moeten komen.
De DCA (Dual Clutch Antonov) is in principe ontworpen als handgeschakelde versie voor de wat zwaarder gemotoriseerde auto’s boven de twee liter. Deze bak kan meer dan zeven (!) versnellingen hebben. Echter, het is eenvoudig om hiervoor eveneens een automatische variant op te bouwen, de onderdelen komen voor meer dan 80% overeen. Daarmee zouden autofabrikanten dus flink kunnen besparen aangezien het nu zo is dat automaten en handbakken volkomen verschillend zijn. De eerste testversie zou medio 2005 gereed moeten zijn.
Brussel helpt een handje
De diverse technieken van Antonov hebben enkele zaken gemeen. Zo zijn naar verluidt alle bakken compacter, lichter en zuiniger dan de bestaande versnellingsbakken. Nog los van het kostenelement hebben autofabrikanten te maken met steeds strengere eisen vanuit Brussel voor wat betreft het brandstofverbruik van auto’s. Een dergelijke ontwikkeling speelt Antonov uiteraard in de kaart. Daarnaast zijn autofabrikanten uiteraard altijd op zoek naar mogelijkheden te besparen op kosten. Een automatische versnellingsbak en een handgeschakelde variant die voor het overgrote deel dezelfde bouw en onderdelen bevatten kan aanzienlijke kostenbesparingen met zich meebrengen. Probleem is dat de industrie erg voorzichtig is in het omarmen van nieuwe technieken. Fabrikanten zijn erg beducht voor imagoschade en niet snel genegen een gok te nemen. Daarbij is het terugroepen van auto’s bij mogelijke gebreken een erg dure business, iets waar bijvoorbeeld Mercedes momenteel mee te kampen heeft. Toch laat de concrete belangstelling van Tier-1 partner Powertrain en Rotrex wel zien dat Antonov’s technieken niet een op sprookjes gebaseerd verhaal is.
Wat is wijsheid
Antonov heeft sinds de oprichting in 1994 alleen maar met verlies gedraaid. Sterker nog, van enige serieuze omzet is tot op heden nog geen sprake geweest. Beleggers die zich zuiver laten leiden door track record, winst per aandeel en dividend hebben derhalve (nog) niets te zoeken in het aandeel. Hier valt echter wel een grote ’maar’ bij aan te tekenen. Antonov is erin geslaagd na vele jaren ontwikkelen diverse grote serieuze spelers als Rotrex en Powertrain aan zich te binden. Dergelijke bedrijven gaan niet zomaar in zee met elk willekeurig bedrijf. De grote problemen waarin Rover zich bevindt vormt absoluut een tegenslag. Rover is echter niet de enige autofabrikant. De techniek van Antonov oogt kansrijk, al is Beleggings Expres uiteraard geen ingenieur. De toepassingen zijn legio en Antonov is hierbij niet alleen afhankelijk van de automobielindustrie, noch alleen van de onzekere afloop rond het wankelende Britse Rover. Alle ontwikkelingskosten zijn inmiddels al voor het overgrote deel genomen, al is het bedrijf uiteraard nooit uitontwikkeld. Bij commercieel succes zal het bedrijf, dat nauwelijks overhead heeft, al snel zwarte cijfers kunnen schrijven. Een solide prognose valt echter nog niet te maken. Los van het tijdstip en de mate van winstgevendheid heeft Antonov inmiddels een flink potje fiscaal compensabele verliezen opgebouwd, dat bij het bereiken van winstgevendheid jarenlang een lage belastingdruk belooft. Uiteraard kun je als belegger dan in de rijdende trein stappen, maar dan wel tegen fors hogere koersen dan de huidige €1,40. Beleggers die niet wars zijn van enig risico en die de grote horde voor willen zijn, zouden kunnen overwegen een klein belang te nemen in dit uitvindersbedrijf. Met commercieel succes om de hoek geven wij een speculatief koopadvies.
===========================================================
|
Financieel Dagblad 10 november 2006
|
|
|